Meer...

 

Wat betekent de Titelbank voor het boekenvak?

Met de introductie van de, op het ISBN bestand gebaseerde, Titelbank door de Groep Algemene Uitgevers en Uitgevers voor Vak en Wetenschap van het Nederlands Uitgeversverbond is een totempaal geslagen waar het hele boekenvak zich aan kan vastklampen. Dat is goed nieuws in deze woelige tijden waarvan niemand weet welke koers het beste gevolgd kan worden, als er al sprake van is dat er nog zelfstandige keuzes mogelijk zijn. Konden we ontwikkelingen als Printing on Demand, luisterboeken, eboeken en -readers nog afdoen als marginale verschijnselen, en daarmee als een evolutionaire ontwikkeling, inmiddels zijn deze zaken zodanig in een stroomversnelling geraakt dat we met een ware revolutie te maken hebben. Dat vraagt om een nuchtere analyse en dito aanpak.
 
Om te beginnen is het goed om het begrip "boek" te ontdoen van de gangbare definitie die erop neerkomt dat iets alleen "boek" mag heten als het gaat om een stapel met inkt bedrukt papier met een kaft er omheen. Het is vandaag vrij gebruikelijk om ook alternatieve verschijningsvormen zoals audio- en andere elektronische uitgaven gewoon "boek" te noemen. Overigens geef ik zelf de voorkeur aan de term "titel", al is het maar om het vreselijke woord "content" te vermijden. Een nadeel van de term "titel" is wel dat dit ook kan slaan op een muziekstuk of een film maar eerlijk gezegd heb ik daar geen enkele moeite mee. Het gaat volgens mij primair over de inhoud waaraan de vorm ondergeschikt is. De naam "Titelbank" sluit dan ook naadloos aan bij mijn opvattingen. 
 
Wie hebben er allemaal baat bij de Titelbank? En wie moeten de Titelbank vrezen? Laten we daarvoor eerst eens kijken naar de traditionele schakels in de uitgeefketen. Ieder boek, ik bedoel natuurlijk iedere titel, begint bij een auteur (of groep van auteurs). En eindigt bij degene die kennis neemt van de inhoud, de lezer dus. Of, meer in het algemeen, de consument. Daar zitten, historisch bepaald, een aantal schakels tussen. In oorsprong waren er geen auteurs en lezers maar alleen verhalenvertellers en toehoorders. Daar kwamen in de loop van de geschiedenis steeds meer partijen tussen zitten, soms om praktische, soms om puur commerciƫle redenen. Hoe dan ook, inmiddels zitten we met, globaal, de volgende keten:
 
auteur - uitgever - drukker - distributeur - boekhandel - lezer
 
of meer in het algemeen:
 
auteur - uitgever - producent - groothandel - detailhandel - consument
 
Terwijl, in principe, alleen de auteur en de consument de relevante partijen zijn. Tussen die twee heb je alleen een intermediair nodig, in de huidige terminologie een service provider. Aan de ene kant een soort makelaar die auteurs helpt om hun titel kwaliteit en marktwaarde te geven en aan de andere kant een soort bank waar consumenten de titels vinden die voor hen interessant zijn. Naar mijn mening moeten uitgevers en producenten zich meer als service provider gaan opstellen en de groot- en detailhandel meer als bank. De vraag wie er baat heeft bij de Titelbank is daarmee eenvoudig te beantwoorden: iedereen in de uitgeefketen. De auteur kan zijn titels extra onder de aandacht brengen (zelfstandig of via de uitgever) en de consument krijgt een nieuwe en krachtige zoekfunctie om relevante titels te vinden. Ook de handel kan zijn voordeel doen met de Titelbank en wat de groothandel betreft is al duidelijk dat deze er gebruik van zal maken. De enige schakel die eventueel de Titelbank moet vrezen is de detailhandel, immers de consument heeft nu rechtstreeks toegang tot alle titels, ook de titels die het CB niet kan leveren. Er zijn nu eenmaal talloze titels die niet door het CB maar wel anders, bijvoorbeeld door de uitgever, geleverd kunnen worden. Voor boekhandelaren die klantvriendelijkheid nastreven is de Titelbank daarom eerder een kans dan een bedreiging.
Concluderend kan worden vastgesteld dat de Titelbank een grote belofte inhoudt voor ons allemaal. De praktijk zal uitwijzen in hoeverre die beloftes worden ingelost.
 
Marten Nube