Over de kloof tussen de auteur en
de lezer
Hoewel het boek al duizenden jaren oud is en er
intussen talloze vernieuwingen hebben plaatsgevonden
zal er nog nooit zoveel commotie zijn geweest als nu.
Ik heb het hier natuurlijk over het digitale boek en
met name het eboek en de ereader. Iedereen heeft er wel
een mening over klaar en het valt op dat die mening
meestal uitgesproken voor of tegen het fenomeen is. Wat
ook opvalt is dat veel van die meningen gepaard gaan
met een flinke dosis emotionaliteit. En voor mensen die
met boeken de kost verdienen lijkt het einde der tijden
zelfs nabij. Of men blijft moedig, maar misschien is
het de moed der wanhoop, roepen dat het boek altijd zal
blijven bestaan en we ons echt geen zorgen hoeven te
maken. Toch valt niet te ontkennen dat er het een en
ander aan de hand is. Tijd voor een analyse.
Er zijn twee soorten mensen, de verhalenvertellers en
degenen die naar die verhalen luisteren. De vertellers
kunnen ook docenten zijn en de luisteraars leerlingen.
In het eerste geval gaat het over fictie en in het
tweede geval hebben we het over non-fictie. Over meer
gaat het eigenlijk niet, in oorsprong hebben we te
maken met de relatie tussen de verteller en de
luisteraar. De uitvinding van het schrift maakte van de
verteller een auteur en de luisteraar werd lezer. De
overdracht gebeurde middels taal, eerst uitsluitend
mondeling, dus in orale vorm en later schriftelijk, dus
in visuele vorm. Vooral bij de non-fictie werd naast
tekst ook beeld steeds belangrijker want de Chinezen
wisten al dat een plaatje vaak meer zegt dan duizend
woorden. Maar ook bij fictie werd het toevoegen van
beeld steeds gebruikelijker en in sommige gevallen
zelfs de primaire vorm. Wie kent Kuifje
niet
of Suske en
Wiske? En anders toch zeker Asterix
en
Obelisk of
Fokke & Sukke. Dat mijn moeder van 90
mij indertijd verbood om Kuifje te lezen
(blaaslectuur!) nu dagelijks de exhibitionistische
eend en de kanarie in de krant tegenkomt toont aan
dat de tijden wel degelijk veranderen. Er schijnen
zelfs mensen te zijn die openlijk toegeven dat zij
veel van hun kennis aan Kuifje hebben te danken.
Zo zullen er vandaag de dag heel wat mensen wijzer
worden van Fokke & Sukke. En wat maakt het ook
uit of je iets uit een encyclopedie of uit een
stripboek haalt? Zolang de informatie maar
betrouwbaar is. En liefst ook een beetje actueel.
In de boekenkast van mijn moeder staan de 25 delen
van de eerbiedwaardige, maar jammerlijk
verouderde, Grote Winkler Prins stof te
verzamelen. Wat er in de WP staat klopt(e) wel
maar niemand maalt nog om die betrouwbaarheid. Wij
vinden met Google in een oogwenk wat wij zoeken en
als de betrouwbaarheid van de informatie echt van
belang is kunnen we die nog proberen te
verifiëren. Weinigen nemen die moeite overigens.
Andere tijden vragen om andere prioriteiten en een
andere kijk op bepaalde zaken. In vroeger tijden, de
tijd van de WP en daarvoor, was betrouwbaarheid erg
belangrijk en daarom moest er duidelijkheid zijn. Ieder
had zijn eigen taken en verantwoordelijkheden en die
lagen verankerd in het beroep.
De auteur
schreef,
de uitgever
gaf uit en
de boekhandelaar
bracht het
product aan de man, in het geval van de WP zelfs in de
vorm van colportage. De lezer had alleen
met de boekhandelaar te maken, de uitgever en de auteur
zaten ergens op een gouden troon en werden slapende
rijk. Dacht men vaak, want ook toen nam men zelden de
moeite om een bepaald beeld te verifiëren. Waar de
auteur en de lezer onmiskenbaar individuen waren werden
de uitgever en de boekhandelaar toch vooral als
instituties gezien, als uitgeverij
en
boekwinkel.
In dit traditionele model vormden functies
de
schakels tussen de auteur en de lezer. Het actuele
model zit echter anders in elkaar.
Tegenwoordig is de afkeer van instituties aan het
groeien en dat hebben zij in veel gevallen over
zichzelf afgeroepen. Enkele dominante partijen proberen
hun wil aan de markt op te leggen terwijl de markt in
principe juist naar meer keuzevrijheid streeft. De
actuele situatie is dat mensen, geholpen door
technologische en maatschappelijke ontwikkelingen, in
toenemende mate hun eigen keuzes gaan maken. Het draait
in het actuele model niet meer om functies
maar
om handelingen.
Niet om de schrijver en
de lezer maar
om schrijven
en
lezen,
om scheppen
en
consumeren.
Daartussen zitten nog een paar handelingen
zoals publiceren
en
aanbieden.
In alle gevallen gaat het meer om mensen
dan om
instituties en daarmee meer om sociale
dan
om commerciële zaken.
In het actuele model draait alles om internet en het
optimale gebruik daarvan. Daar valt wel het een ander
over te zeggen.
Er zijn weinig plekken waar de ontwikkelingen zo snel
gaan als in de virtuele wereld van het internet. Waar
mensen ieder dag meer mogelijkheden krijgen om te doen
wat ze willen doen of om sneller en eenvoudiger te doen
wat ze moeten doen. Ook voor auteurs en lezers en de
tussenliggende schakels zijn er legio kansen in deze
ontwikkelingsfase. In beginsel kan een auteur het hele
traject van het begin (het bedenken en uitvoeren van
een publicatie) tot het eind (het aanbieden van de
publicatie aan de consument) zelfstandig en zonder hulp
doorlopen. Of dat een verstandige keuze is lijkt niet
erg waarschijnlijk. Je kunt in een paar dingen goed
zijn maar vrijwel niemand is overal goed in. En een
ketting is zo sterk als de zwakste schakel. Auteurs
moeten zich afvragen waar hun zwakheden liggen en daar
iemand met meer kennis en vaardigheden voor
inschakelen. Omgekeerd kunnen mensen die in een of meer
facetten van het uitgeeftraject bekwaam zijn hun
diensten aanbieden. Dat kan zowel binnen als buiten de
eigen schakel (uitgeverij, boekhandel, boekproducenten
e.d.) of groep (redacteuren, vormgevers, marketeers
e.d.). Het gaat daarbij om specialisten aan zowel de
publicatiekant als de aanbiedingskant. Dus niet zozeer
om generalisten als uitgevers en boekhandelaren. Ook
die hebben hun sterke en zwakke kanten en zij doen er
daarom verstandig aan niet alles zelf te willen doen
maar meer samen te werken. Zo kan iedereen doen waar
hij/zij goed in is en meestal zijn dat ook de dingen
die je het leukste vindt. Dat komt de kwaliteit alleen
maar ten goede, zowel de kwaliteit van leven als van je
producten of diensten. Om in de toekomst te overleven
is specialiseren onvermijdelijk.
In de toekomst zullen er zeker boeken blijven bestaan.
De vraag is in welke vorm en of het in alle gevallen
"boek" blijft heten. Erg veel doet dat er niet toe.
Auteurs en lezers (scheppers en consumenten) worden
veel minder afhankelijk van de keten en kiezen zelf
welke diensten zij willen afnemen. De keten zal zich
moeten realiseren dat het niet langer zal gaan om het
verwerven en behouden van rechten en het streven naar
winstmaximalisatie maar om het aanbieden wat de markt
vraagt. Een goed product waar een faire prijs voor zal
worden betaald. Enkele zaken die in dit toekomstmodel
niet meer passen zijn de vaste
boekenprijs en
DRM
(Digital
Rights Management). En de toekomst begint vandaag.
Marten Nube